WTA
Vanaf 1 oktober 2006 is het voor accountantsorganisaties verboden om wettelijke controles te verrichten zonder daartoe van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) een vergunning te hebben verkregen. Om de vergunning te kunnen verkrijgen, moet de accountantsorganisatie aantonen dat zijzelf en de bij haar werkzame of aan haar verbonden externe accountants voldoen aan de toepasselijke voorschriften.
De accountantsorganisatie moet de toepasselijke voorschriften ook na vergunningverlening onverkort naleven. Deze voorschriften zijn opgenomen in hoofdstuk 3 van de Wta en in de lagere regelgeving die daarop is gebaseerd.
In ieder geval beschikt de accountantsorganisatie over een stelsel van kwaliteitsbeheersing, voldoet zij aan de vereiste onafhankelijkheidsregels en richt zij haar bedrijfsvoering zodanig in dat een beheerste en integere uitoefening van haar bedrijf is gewaarborgd. Daarnaast draagt de accountantsorganisatie er zorg voor dat haar externe accountants voldoen aan de op deze accountants toepasselijke regels.
De AFM toetst de vergunningaanvraag inclusief de overgelegde gegevens en bescheiden en verleent de vergunning pas als de accountantsorganisatie daadwerkelijk heeft aangetoond dat zij voldoet aan de voorschriften. De verantwoordelijkheid ligt derhalve bij de accountantsorganisatie. In de regel zal de AFM een onderzoek ter plaatse uitvoeren om aan de hand van bijvoorbeeld controledossiers te kunnen beoordelen of de vereiste procedures, standaarden en beschrijvingen ook werken in de praktijk.
Vergelijkbare onderzoeken voert de AFM uit tijdens het zogenaamde doorlopende toezicht. Op basis van risicoanalyses bezoekt de AFM jaarlijks meerdere accountantsorganisaties. Grote accountantsorganisaties die veel wettelijke controles verrichten zullen doorgaans vaker bezocht worden door de AFM. De AFM kondigt deze onderzoeken in principe aan. Accountantsorganisaties hebben dus veelal enige tijd om zich voor te bereiden op de komst van het onderzoeksteam van de AFM.
